Plaats en hoogte kachelpijp op het dak
Bepaal de juiste plaats en hoogte voor uw kachelpijp

De uitmonding van een rookkanaal in een dakvlak moet zorgvuldig worden bepaald. De beste locatie is in de nok van het dak, of zo dicht mogelijk bij de nok. Als de uitmonding lager wordt geplaatst, kunnen de rookgassen terug de pijp instromen wanneer de wind in het kanaal blaast.
Voor daken met een dakhoek (de hoek tussen de daklijn en de horizon) kleiner dan 23° moet de uitmonding minimaal 0,5 meter boven het dak uitsteken. Bij steilere daken moet dit afzonderlijk worden bepaald. De uitmonding van de pijp moet altijd boven de lijn van 15° vanaf de nok uitkomen.

In alle gevallen moet rekening worden gehouden met eventuele hoge gebouwen in de nabijheid. Voor hoge objecten binnen 15 meter van de uitmonding moet de hoek van 15° worden aangehouden. Bij een afstand van meer dan 15 meter moet de uitmonding van de pijp boven de lijn van 45° vanaf de top van het hogere gebouw uitkomen.
In het geval van een plat dak moet de uitmonding minstens 0,5 meter boven het dakvlak uitsteken.
Twee of drie dakpannen onder de nok is de beste plek om de pijp door het dak heen te voeren. Aan de binnenkant gebruikt u een dakbevestigingsbeugel.
Op de plek waar de dakpannen worden verwijderd, schuift u een loodslab onder de rij pannen die erboven liggen, en over de pannen eronder en aan de zijkanten. Door deze loodslab wordt de dubbelwandige pijp naar buiten gebracht, en de pijp wordt met een stormkraag afgesloten om regenwater buiten te houden.
Bochten en andere obstakels verhogen de luchtweerstand in het kanaal, vertragen de rookgassnelheid en hebben daarom een nadelige invloed op de trek. Hoe minder scherp de bocht, hoe kleiner de nadelige invloed op de trek.
Voorkom dat u het kanaal over te grote afstanden versleept. De maximale afstand die het kanaal horizontaal mag worden versleept is 5 meter. De hoek waaronder het kanaal maximaal mag staan, is 45°.

